Een nieuw jaar markeert voor Jet de Nijs (57) een nieuwe poging om haar leven weer op de rit te krijgen, al gaat dat met horten en stoten. Het gemis van haar grote liefde Rob de Nijs, met wie ze sinds juni 2008 getrouwd was, weegt zwaar op haar hart.
Rob zou op 26 december 83 jaar zijn geworden, maar het lot besliste anders. Op 16 maart moest Jet haar partner, die aan parkinson leed, definitief laten gaan. Jarenlang verzorgde ze hem met toewijding en liefde, waarbij ze haar gevoelens vaak openhartig deelde op Instagram. Het verlies laat een leegte achter die moeilijk te vullen is.
De eerste zomervakantie zonder Rob was zwaar voor Jet. Reizen alleen met haar zoon voelt nog steeds onoverkomelijk. “Aan weggaan zonder Rob ben ik nog niet toe,” vertelt ze in Libelle. “Hier thuis voel ik me veilig. Dit was de plek van Rob, Julius en mij.” De woning, gevuld met herinneringen en liefde, biedt troost en houvast in een periode van rouw en onzekerheid.
Jet benadrukt dat de liefde tussen haar en Rob intens was en dat hun band zelfs tijdens zijn ziekte onverminderd hecht bleef. “Als stel waren Rob en ik zielsgelukkig, ook tijdens zijn ziekte. Mensen zeggen weleens dat het niet goed is om als partner in de rol van mantelzorger te duiken. Als verpleegkundige was het voor mij vanzelfsprekend om dat wel te doen. Maar los daarvan waren wij gewoon samen. We bleven partners.” Jet bewaart warme herinneringen aan het ‘koppelbed’ dat verbonden was aan Robs thuiszorg-bed, een symbool van hun gezamenlijke tijd en verbondenheid. Robs levenslust gaf haar het gevoel dat het nog niet zijn tijd was, maar het lot besliste anders.
Toch is Jet dankbaar dat Rob waardig kon sterven, zoals hij dat graag wilde. “Dat is gelukt, gelukkig. Ik heb hem tot het einde toe kunnen verzorgen, hij is thuis overleden. Er was een cirkel van liefde om hem heen.” Tegelijkertijd herinnert ze zich de eenzaamheid die ze vlak voor zijn heengaan ervoer, door het gebrek aan adequate ondersteuning. “Het was wel heel fijn geweest als ik wat hulp had gehad, zodat ik er nog meer als partner van Rob had kunnen zijn,” vertelt ze. Zelfs een buurvrouw moest te hulp komen op momenten dat Jet overbelast was, iets wat haar pijn deed maar tegelijkertijd inzicht gaf in de tekortkomingen van terminale thuiszorg.
Jet wil dat deze zorg beter georganiseerd wordt en denkt daar actief over na. Voor nu richt ze zich op haar eigen herstel en het opbouwen van een nieuwe balans. Ze laat negatieve reacties, zoals haatberichten over haar relatie met een man die 26 jaar ouder was, steeds makkelijker van zich afglijden. Haar focus ligt op de toekomst: “Het is niet meer hele dagen huilen. Ik waak ervoor in verdriet te blijven hangen of me erin te wentelen. Want dan wordt het zelfkastijding.” Langzaam maar zeker vindt Jet weer grip op haar leven, terwijl de liefde voor Rob voor altijd in haar herinneringen voortleeft.